SearchUser login | Onderzoek naar acupunctuur komt langzaam opgangby drkho (Opinie)Aanleiding: het media artikel " Onderzoek naar acupunctuur komt langzaam opgang " van de hand van mw.J.Groeneveld, dat in de Radbode van donderdag 15 juni 1995 is verschenen. Daarin werd melding gemaakt dat er, na de promotie van dr.H.G. Kho in 1991, thans in het St.Radboud ziekenhuis een aantal onderzoeken op het gebied van acupunctuur werd ondernomen, zoals onder andere:
Reactie van prof.dr.R.A.P.Koene, hoogleraar nierziekten aan de Katholieke universiteit van Nijmegen, verschenen onder het rubirek "Zeg eens wat van Acupunctuur" in de Radbode van donderdag 27 juli 1995:Reactie van prof.dr.R.A.P.Koene, hoogleraar nierziekten aan de Katholieke universiteit van Nijmegen, verschenen onder het rubirek "Zeg eens wat van Acupunctuur" in de Radbode van donderdag 27 juli 1995:Het artikel over acupunctuur in Radbode (nr.11, 15 juni) komt over als een ietwat eenzijdige lofzang op deze behandelwijze. Acupunctuur is toegepast bij een opvallend grote variëteit aan ziekten, maar een sluitend bewijs voor de werkzaamheid is nog nooit geleverd. Dr.H.G.Kho heeft weliswaar veel lof geoogst met zijn proefschrift en er verschillende prijzen mee in de wacht gesleept, maar een kritische beschouwing leert dat hij de werkzaamheid van elektro-acupunctuur bij operaties geenszins heeft aangetoond. Zijn onderzoek toont twee fundamentele tekortkomingen. In de eerste plaats is het bij dit soort onderzoek strikt noodzakelijk dat er tevens een controlegroep wordt onderzocht, die een zogenaamde placebobehandeling krijgt. In het geval van (elektro)acupunctuur kan dat gebeuren door de elektroden of de naalden te plaatsen op willekeurige punten op de huid en niet op de zogenaamde acupunctuurpunten.Een tweede minstens een ernstige tekortkoming van Kho’s onderzoek is dat het niet blind werd uitgevoerd. Als de onderzoeker weet welke behandeling hij geeft, kan hij de uitslag van het onderzoek bewust of onbewust beïnvloeden en het resultaat daarmee aanpassen aan de verwachtingen, die hij bij de start van het onderzoek koesterde. De redactie van het tijdschrift, waarin Kho zijn resultaten heeft gepubliceerd, heeft deze beide problemen blijkbaar niet onderkend. Maar het gebeurt wel vaker dat een redactie, zelfs die van een deftig tijdschrift, een steekje laat vallen. Hoe dan ook, voor de claim dat de verminderde morfinebehoefte tijdens de operaties die Kho begeleidde, een gevolg was van de acupunctuurbehandeling is het sluitend bewijs niet geleverd. Het blijft dus een kwestie van geloven. Aan het eind van het artikel in Radbode meldt Kho dat er binnenkort een onderzoek wordt gestart naar het effect van acupunctuur tijdens niertransplantatie. De afdeling Nierziekten heeft zich hierover verbaasd. Wij weten dat Kho in het verleden op eigen initiatief acupunctuur heeft toegepast bij enkele niertransplantatie patiënten. Onze afdeling Nierziekten heeft hiertegen destijds geprotesteerd, maar de afdeling Anesthesiologie heeft dit protest naast zich neergelegd. De huidige onderzoeksplannen van Kho, die overigens nog niet met ons besproken zijn, zullen in ieder geval het lopende onderzoek doorkruisen dat wij bij deze patiënten doen. Nog afgezien van onze overige bezwaren, zullen wij alleen al daarom niet akkoord kunnen gaan met deze plannen. Wij vinden het merkwaardig dat een behandeling die gebaseerd is op een absurde (= niet rationeel te doorgronden) theorie en die wetenschappelijk onvoldoende is onderbouwd zomaar in ons ziekenhuis kan binnensluipen. Voor elk nieuw geneesmiddel en elk nieuw behandelingsschema gelden terecht strenge toegangsregels. Uitgebreid en degelijk gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk vooraleer nieuwe behandelingen kunnen worden ingevoerd. Het valt moeilijk te verdedigen als in Academisch ziekenhuis voor alternatieve behandelingen, zoals acupunctuur, alternatieve normen gehanteerd zouden worden. Naschrift dr.H.G.Kho, verschenen onder het rubriek "Zeg eens wat van Acupunctuur" in de Radbode van donderdag 27 juli 1995: Prof.dr.R.A.P.Koene toont zich met zijn reactie slecht op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen op het gebied van de acupunctuuranalgesie (AA). Zelfs vier jaar na het verschijnen van mijn proefschrift weet hij niet wat daarin is bestudeerd en geconcludeerd. Ofschoon een placebo gecontroleerd en een dubbelblinde uitvoering tot de twee voornaamste voorwaarden voor een geneesmiddel studie behoren, zijn ze niet voor elke klinische studie zaligmakend en zeker niet voor een onderzoek, waarbij van een inactieve methode sprake is, zoals acupunctuur en chirurgie 1, 2. Eveneens moet hem niet ontgaan zijn, dat een placebo gecontroleerd onderzoek evenmin gevrijwaard is van het iatrogeen-placebo, dat in tegenstelling tot het placebo effect (3% bij de acute en 35% bij chronische pijn) niet kwantificeerbaar is 3, 4. Daarnaast is het ethische aspect van eminent belang in een klinische studie. Immers, patiënten dienen ten behoeve van een onderzoek niet aan onnodige pijn of ziekte te worden blootgesteld. Het gezaghebbende New Engeland Journal of Medicine waarschuwt terecht van het telkenmale en onethisch gebruik van placebo. In elk medisch experiment dient men daarom vragen te stellen naar de ethische rechtmatigheid van het gebruik van placebo5. Methodologisch zijn er uiteraard mogelijkheden om het niet (kunnen) toepassen van placebo en/of dubbelblindheid op te vangen, waardoor het resultaat valide blijft6.
Het door hem bekritiseerd onderzoek is echter wel blind uitgevoerd. Immers, patiënten noch diegenen die postoperatieve data evalueerden waren op de hoogte van de anesthesietechniek. De data zijn niet in &eactute;&eactute;n, doch in diverse tijdschriften gepubliceerd. Tenslotte: Het AA onderzoek is zeker niet zomaar in ons ziekenhuis binnengeslopen, integendeel. Het is met medeweten, instemming en medewerking van alle betrokkenen, inclusief de Commissie Experimenteel Onderzoek met mensen (CEOM) uitgevoerd.
Reactie van prof.dr.A.R.Cools, hoogleraar neurofarmacologie aan de Katholieke universiteit van Nijmegen, verschenen onder het rubriek "Zeg eens wat van Acupunctuur" in de Radbode van 31 augustus 1995: In de rubriek “Zeg er eens wat van .. Acupunctuur”(Radbode nr. 13, 27 juli) wordt door collega Koene gesteld dat er nog nooit een sluitend bewijs voor de werkzaamheid van acupunctuur geleverd is. Even waande ik mij in de zestiger jaren, waarin niemand nog gehoord had van het bestaan van endorphines, laat staan van de afgifte ervan door acupunctuur en het therapeutische effect daarvan op pijn, maag-darmmobiliteit, pruritus, etc. Toen ik echter in hetzelfde stukje las dat acupucntuur gezien wordt als een “behandeling die gebaseerd is op een absurde (= niet rationeel te doorgronden) theorie”, die “wetenschappelijk onvoldoende is onderbouwd”, werd ik pas echt wakker en vergewisse ik me van de datum van uitgifte van de Radbode: juli 1995!
1062 reads
|