User login

Artsen, verpleegkundigen en hoogopgeleide patiënten in het alternatieve circuit

by drkho (Opinie)

Aanleiding: het media artikel "Artsen, verpleegkundigen en hoogopgeleide patiënten in het alternatieve circuit" van de hand van mw.J.Mat, verschenen in het Zaterdag bijvoegsel van het NRC Handelsblad van 3 april 2004. Daarin werd een interview met Drs.F.König, staf medische zaken van het UMC St Radboud opgenomen over het gebruik van acupunctuuranesthesie door dr.H.G.Kho. Hij is van tevoren niet ingelicht tot het artikel is verschenen.

Enkele passages van het artikel: In het Universitair Medisch Centrum Radboud in Nijmegen werkt al jaren anesthesist dr.Kho. Kho maakt in zijn werk gebruik van elektro-acupunctuur, stroomstootjes die via naalden worden toegediend om de energiehuishouding op bepaalde punten in het lichaam te hertsellen. Dit zou de behoefte aan pijnstillers na de operatie verminderen. Volgens Frans König, directeur staf Medische Zaken, is het de bedoeling dat Kho zijn theorieen wetenschappelijk onderbouwt, maar is daar wegens tekort aan anesthesiologen nog niet van gekomen. Toch past hij zijn inzichten toe op patienten. König vindt dat niet bezwaarlijk. "Een groot deel van wat wij in het ziekenhuis doen is niet evidence based, maar practise based. Stel, je breekt een pols. Dan ga je zes weken in het gips. Evidence dat dat zes weken moet zijn ontbreekt. Dat is overlevering. Maar met zes weken krijg je doorgaans goed resultaat. "Voor acupunctuur bestaat geen inzichtelijke, natuurwetenschappelijke basis. Er is geen body of evidence voor. Wel is bekend, dat elekro-prikkeling van bepaalde zenuwbanen invloed heeft op pijn. Wij zijn daarom van uitgegaan dat het geen kwaad kan".

Richtlijnen met betrekking tot de communicatie van medewerkenden van het UMC St Radboud met media.  Indien een medewerkende bijvoorbeeld voor een interview door de media wordt benaderd, dient eerst de afdeling Pers en Voorlichting van het UMC St Radboud op de hoogte te worden gebracht. Slechts met instemming van die afdeling kan zo'n interview doorgang vinden.

Op maandag 5 april 2004 's ochtends werd dr.Kho via een e-mail op de hoogte gebracht over het verschenen van het bovengenoemde artikel door drs.WJM Verhoeven, hoofd staf Concerncommunicatie van het UMC St Radboud.

Reactie Kho op mail bericht van Verhoeven via e-mail van 5 april 2004 om 12:43:

Dag heer Verhoeven,

Dank voor uw mail met bijbehorende krantenknipsel. Ik was vrijdagavond voorafgaand aan de publicatie getipt door een bevriende haagse journalist dat er de volgende dag een krantenbericht zou verschijnen, waarbij ik met naam en toenaam vermeld zou worden. Vreemd was het, te meer ik als belanghebbende niets van tevoren geinformeerd ben. Ik ben dan ook voornemen hierop te reageren.

Antwoord Verhoeven aan Kho via e-mail van 5 april 2004 om 13:36:

Geachte heer Kho,

Het concept-artikel is ons vooraf aangeboden. Ik ga na waarom u niet op de hoogte bent gebracht en zal u daarover berichten.

Bericht van Verhoeven aan Kho via e-mail van 6 april 2004 om 14:52:

Geachte heer Kho,

Mijn collega Gerda van Herwijnen heeft vorige week geprobeerd u te bereiken inzake het concept-artikel van de NRC. In verband met uw vakantie is dat niet gelukt. Zij heeft bij de journalist erop aangedrongen het artikel even aan te houden, maar de redactie wilde niet langer wachten. Uw brief aan Frans König biedt voor Radbode interessante aanknopingspunten. Mijn collega Nelleke Dinissen plaatst het onderwerp op de redactieplanning.

Antwoord Kho aan Verhoeven via e-mail van 7 april 2004 om 11:01:

Dag heer Verhoeven,

Vorige week was ik de gehele week aanwezig, en de week ervoor was ik ook de gehele week present, van af 29 maart 2004 om precies te zijn. Op welke datum was het vorige week dan? Overigens is mijn e-mail altijd open als men mij middel telefoon of middels de oproepsein niet kan bereiken. Persoonlijk ben ik van mening dat het wonderbaarlijk is dat zoiets heeft kunnen gebeuren.

Bericht van Verhoeven aan Kho via e-mail van 7 april 2004 om 11:48:

Geachte heer Kho,

Excuses, het perscontact heeft niet vorige week plaatsgevonden, maar op 16 tot en met 18 maart. De persvoorlichter heeftb toen vernomen dat u tot 1 april afwezig zou zijn. Die informatie blijkt nu onjuist, maar dat kon zij niet weten.

Reactie van dr.H.G.Kho aan drs.F.König middels een brief van 6 april 2004 met afschrift aan mw. J.Mat, NRC Handelsblad, de heer drs. W.J.M.Verhoeven, pers en voorlichting UMC St.Radboud en mw.N.Dinnissen van de Radbode.

Geachte heer König,

Afgelopen weekend stond er in het NRC Handelsblad (d.d. 03-04-2004, Zaterdags Bijvoegsel) het artikel “Artsen, verpleegkundigen en hoogopgeleide patiënten in het alternatieve circuit” van de journaliste Joke Mat. In dat artikel werd naar mijn werk aan het UMC St Radboud verwezen en werd uw commentaar hierop aangehaald.
Het gedeelte over acupunctuur, waarin u wordt aangehaald en waarin tevens naar mijn werk wordt verwezen, handelt met name over de verhoging van de pijndrempel middels stimulatie van de acupunctuurpunten. Inhoudelijk behoeft het mijns inziens een rectificatie. Dit betreft de natuurwetenschappelijke basis waarop een deel van de werking van acupunctuur rust, welke tevens de enige richtlijn is (evidence based) waarop wij op het UMC St Radboud deze techniek toepassen.  Ik wilde u langs deze weg informeren hoe de stand van zaken is op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar acupunctuur, en wat het onderzoek aan het UMC Radboud hieraan heeft kunnen toevoegen.
Uitputtend en systematisch fundamenteel onderzoek in verschillende laboratoria in de afgelopen dertig jaar heeft ondubbelzinnig antwoord gegeven op enkele aspecten in het werkingsmechnisme van acupunctuur, namelijk het volgende:

  1. langs welke structuren en op welke wijze de perifeer toegediende stimuli van de acupunctuurpunten naar het centrale zenuwstelsel worden geleid;
  2. welke chemische stoffen en neuro-modulatoren als gevolg van de toegediende stimuli in grotere hoeveelheden worden geproduceerd en vrijgemaakt.
  3. dat er een significant verschil is in de mate van de verhoging van de pijndrempel als gevolg van stimulatie van een acupunctuurpunt t.o.v. stimulatie van een niet-acupunctuurpunt.
  4. dat er een correlatie bestaat tussen een bepaalde frequentie van de stimuli en de vrijmaking van endorfinen (mu, delta of kappa).

Zelfs in de reguliere westerse geneeskunde is het niet voorgekomen dat een bepaalde behandeltechniek op een dergelijk systematische wijze is onderzocht. Er is dus wel degelijk een body of evidence voor de acupunctuur in de pijnstilling. Men kan stellen dat de acupunctuur analgesie, mits juist wordt toegepast, thans een definitieve plaats heeft binnen de reguliere westerse geneeskunde, en vooral in het vakgebied anesthesiologie, bij de bestrijding van acute pijnen.
Op basis van de bevindingen van het fundamenteel onderzoek hebben we hier aan het UMC St Radboud toegepast klinisch onderzoek gedaan. Het resultaat van dit klinisch onderzoek is in de internationale medische tijdschriften gepubliceerd.

Samengevat kon worden geconcludeerd dat een combinatie van reguliere, westerse anaesthesie, met electroacupunctuur een verminderde vraag naar pijnstilling (morfine) tijdens de operatie en een sneller herstel na de operatie (in anesthesiologische zin) bewerkstelligde. Het onderzoek werd vervolgens tot een academische dissertatie bewerkt (KUN, Faculteit der Medische Wetenschappen, 1991). Derhalve laat de toepassing van acupunctuur-analgesie in de operatiekamer slechts door een conclusie leiden, namelijk dat het evidence based is.   
Hoewel de “evidence based” geneeskunde vandaag de dag het paradepaardje geworden is van de zogenaamde reguliere geneeskunde, laat de dagelijkse praktijk een ander beeld zien. Terecht merkt u in dat artikel op dat er in de reguliere zorg de balans verhoudingsgewijs nog steeds naar de kant van de “practice based” slaat. Als clinicus en wetenschapper ben ook ik van mening dat we moeten streven naar evidence gebaseerde geneeskunde. Dit kan echter alleen door onderzoek bewerkstelligd worden.

Een kijkje over ’s lands grenzen laat zien dat de wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, de bijdrage van de traditionele geneeswijzen binnen de reguliere gezondheidszorg van vele lidstaten al lang onderkend. In 1991 heeft de World Health Assembly een belangrijke resolutie, de WHA44.34, aangenomen. Daarin bepleit de WHO haar lidstaten o.a. de samenwerking tussen de traditionele en de moderne geneeswijzen te intensiveren, vooral de implementatie van wetenschappelijk al bewezen, veilige en effectieve traditionele methoden, teneinde de nationale kosten van geneesmiddelenconsumptie terug te dringen. Daarnaast beveelt de WHO de lidstaten aan wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de traditionele geneeswijzen te blijven stimuleren. Eveneens in de lijn van de WHO aanbevelingen zij opgemerkt, dat de Amerikaanse Food and Drug Adminstration (FDA) in 1996 acupunctuurnaalden uit de lijst van experimenteel medische instrumenten heeft doorgehaald. De FDA onderschrijft het gebruik van acupunctuur als een effectieve behandelingsmethode voor een aantal indicaties, zoals postoperatieve pijnbestrijding na tandheelkundige ingrepen, misselijkheid en braken na anesthesie en chemotherapie. Voorts wijst de FDA op dat acupunctuur effectief kan zijn bij de behandeling van tennisarm, migraine, artritis, periodieke buikkrampen en andere chronisch pijnlijke condities.

Het valt te bezien op welke wijze de Nederlandse overheid in de komende jaren de WHO resolutie zou willen en kunnen implementeren, en hoe zij uit praktisch oogpunt de WHO aanbevelingen zal overnemen. Het ligt in de lijn der verwachting dat de universitaire gemeenschap in de zin van een hiervoor op te richten vakgroep het onderzoek ter hand zal nemen.

Menig zichzelf respecterende journalist bespaart zich moeite noch tijd om grondig onderzoek naar feiten over het onderwerp dat wordt beschreven te verrichten en die correct weer te geven. Vooral in het digitale tijdperk waar wij nu leven, kan men zich op een betrekkelijk eenvoudige wijze laten informeren wat in de wereld van de acupunctuur-analgesie zoal is onderzocht en gepubliceerd. Mijns inziens is dit deel even belangrijk als het weergeven van verschillende opinies over een onderwerp. Hoewel niet eerder geconsulteerd over dit onderwerp hoop ik dat met deze toelichting in ieder geval recht is gedaan aan het feit dat de werking van acupunctuur-analgesie ondertussen op een solide natuurwetenschappelijke basis staat en dat we aan het UMC St Radboud in Nederland als eerste zijn begonnen deze wetenschappelijke basis uit te bouwen en het te implementeren in evidence based geneeskundig handelen.

Overigens zou het voor een academisch centrum niet misstaan om in het licht van de bovengeschetste internationale ontwikkelingen dit wetenschappelijk onderzoek verder te steunen, los van de klinische problematiek betreffende het tekort aan anesthesiologen. Tot nader toelichting bereid, verblijf ik,

Met de meeste hoogachting,

dr.H.G.Kho